Leren veranderen : een handboek voor de veranderkundige

Léon de Caluwé - Hans Vermaak

overzicht

Leren Veranderen is het geheel herschreven handboek van Léon de Caluwé en Hans Vermaak. Sinds de eerste editie (1999) is het boek een referentiewerk op het gebied van veranderkunde. Het boek bevat vier grote hoofdonderwerpen : Werken met kleuren - Kijken en begrijpen - Strategie en plannan - Interveniëren en communiceren
 9789013016543 /  Kluwer /  2008 /  4de editie /  496p. /  hc / 

Leren veranderen : een handboek voor de veranderkundige

Dubbelklik op de afbeelding voor groot formaat

Uitzoomen
Inzoomen

Details

'Leren veranderen' is het geheel herschreven handboek van Léon de Caluwé en Hans Vermaak. Sinds zij in 1999 de eerste versie publiceerden, is het boek populair geworden. Het is een stabiele bestseller op het gebied van veranderkunde in Nederland.

Het wordt gebruikt door managers, adviseurs en andere veranderaars en is een vast onderdeel in tientallen opleidingen. In 2003 kwam een Engelse versie van het boek op de markt (Learning to Change) waardoor het ook internationaal toegankelijk is.

Het boek bevat vier grote hoofdonderwerpen:

- Werken met de kleuren. De kleurentheorie over veranderen is opnieuw beschreven en doet nu meer recht aan iedere kleur. De dynamiek tussen de kleuren wordt aangekaart en u leert omgaan met kleuren in dynamische omgevingen. Op elk van de vier hoofdtoepassingen van de kleuren wordt uitgebreid ingegaan. Wat zijn de valkuilen en de misverstanden rond de kleuren?

- Kijken en begrijpen. Wat is hier aan de hand? Hoe ontwerp ik een diagnose om daarachter te komen? Hoe vind ik de angel van een vraagstuk? Wie betrek ik daarbij en welke hulpmiddelen heb ik daarvoor? Het gaat dan over het leren zien van de complexiteit en de gelaagdheid van de werkelijkheid. Hoe krijg ik er de vinger achter?

 - Strategie en plannen. Als ik de kern van een vraagstuk ken, hoe kan ik dan succesvol een veranderingstraject opzetten en realiseren? Hoe kan ik met zo min mogelijk inspanning zo veel mogelijk voor elkaar krijgen? Wat voor opties heb ik en hoe manoeuvreer ik in een veld van actoren? En hoe werk ik dat uit in stappen, processen, rollen, uitkomsten, communicatie, sturing en reflectie? Hoe krijg ik er greep op en hoe verkoop ik het?

- Interveniëren en communiceren. Wat zijn de competenties en rollen van veranderaars om in concrete situaties dingen gedaan te krijgen? Hoe communiceer en beïnvloed ik effectief? Maar ook: hoe blijf ik geloofwaardig? Welke rol speelt authenticiteit? En hoe overleef ik in vijandige omgevingen?

Dit boek is weer een nieuwe standaard als het gaat over veranderkennis en -kunde. Het vat de enorme hoeveelheid inzichten in dit vakgebied samen en combineert dat met uitgebreide praktijkervaring van de auteurs in verandertrajecten, onderzoek en opleidingen.

Voor kenners van het eerste handboek is relevant dat alle mogelijke vragen en inzichten die toepassing van 'Leren veranderen' opriep, nu uitputtend aan bod komen in nieuwe hoofdstukken en herzieningen.

Het boek is geschreven voor iedereen die verantwoordelijkheid neemt voor het (helpen) sturen van veranderingen. Het geeft inzichten, methoden en instrumenten om op een professionele manier veranderingstrajecten te ontwerpen en uit te voeren. En lardeert dit met constructieve verwarring waar nodig en gewenst.

nhoudsopgave

Voorwoord

1 Introductie

2 Waarom veranderen zo gecompliceerd is 2.1 Over losjes gekoppelde systemen 2.1.1 Ambiguïteiten in organisaties 2.1.2 Losse koppeling tussen opvattingen en gedrag 2.1.3 Vuilnisvatbesluitvorming 2.1.4 Implicaties voor veranderaars en verandertrajecten 2.2 Over managen en gemanaged worden 2.2.1 Autonome medewerkers en hiërarchische managers 2.2.2 Het oerconflict 2.2.3 Pocket veto 2.2.4 Implicaties voor veranderaars en verandertrajecten 2.3 Over chaosdenken 2.3.1 Dynamisch evenwicht 2.3.2 Autonome ontwikkeling 2.3.3 Structurele spanning en structurele conflicten 2.3.4 Implicaties voor veranderaars en verandertrajecten 2.4 Sociopolitieke mechanismen 2.4.1 Actietheorie en macht 2.4.2 Informele organisatie 2.4.3 Economische uitwisseling in groepen 2.4.4 Implicaties voor veranderaars en verandertrajecten 2.5 Over fixaties 2.5.1 Gemene problemen 2.5.2 Ontwikkelingspatronen in groepen 2.5.3 Vergiftigende emoties en verwaarlozing 2.5.4 Implicaties voor veranderaars en verandertrajecten 2.6 Vijf groepen mechanismen vol irrationaliteit

3 Denken over veranderen in vijf kleuren 3.1 Veranderingsstrategieën en benaderingen 3.2 Vijf gekleurde betekenissen van het woord veranderen 3.3 Vijf kleurendrukken uitgewerkt 3.3.1 Geeldrukdenken 3.3.2 Blauwdrukdenken 3.3.3 Rooddrukdenken 3.3.4 Groendrukdenken 3.3.5 Witdrukdenken 3.4 Een paar voorbeelden 3.5 Idealen en valkuilen 3.6 Wat is effectief, waar en werkzaam? 3.7 Andere kleuren en ‘superparadigma' 3.8 Werken met kleuren: Joseph en Johanna

4 Hoofdbestanddelen van geplande verandering 4.1 Bestanddelen van de methode 4.2 Uitkomsten, effecten en bestemming 4.3 Context en historie: invloedsfactoren op het veranderidee 4.4 Rollen en actoren 4.5 Fasen en processen 4.6 Communicatie en betekenisgeving 4.7 Sturing en reflectie 4.8 Spelen met de bestanddelen: een uitgebreid voorbeeld

5 Begrijpen wat er aan de hand is 5.1 Aanloop naar de diagnose 5.2 Diagnose 5.2.1 Meervoudig kijken 5.2.2 Gebruiken van modellen 5.2.3 Diagnose is ook een interventie 5.2.4 Diagnose als onderzoeksproces 5.3 Kern van het vraagstuk 5.3.1 Betekenis geven: wat is de angel of kiem? 5.3.2 Inzetten van intuïtie of causale diagrammen 5.3.3 Participatie: wel of niet? 5.4 Casus ‘Organisatie X' (deel 1)

6 Verandering tot realiteit maken 6.1 Veranderstrategie 6.1.1 De eerste vier vragen als indicatoren voor strategiekeuze 6.1.2 Vraag vijf: Kan het met meer van hetzelfde? 6.1.3 Vraag zes: Wat beweegt mensen hier? 6.1.4 Wikken en wegen bij de strategievorming 6.1.5 Vaststellen van de veranderstrategie 6.2 Interventieplan 6.2.1 Versterken van de aanpak: focussen 6.2.2 Samenhang en consistentie zoeken: balanceren 6.2.3 Communiceerbaar maken: managen van verwachtingen 6.2.4 De moeite waard: relevant houden 6.3 Interventies 6.4 Hoe ging het verder met casus ‘Organisatie X' (deel 2)

7 Voorbeelden van diagnosemodellen 7.1 Eisenhower-principe, curriculum vitae, tijdschrijven 7.2 Profijtformule voor professionele organisaties, visgraatdiagram, taakgeledingsschema 7.3 Balanced scorecard, portfolioanalyse, ‘activity based costing' 7.4 Concurrentiestructuur, omgevingsanalyse, ‘experience curves' 7.5 Kernkwaliteiten, I/R-professionals, competenties 7.6 Rollen in teams, succesfactoren voor teams, rollen van stafeenheden 7.7 Cultuurtypen, organisatieconfiguraties, ‘organizational iceberg' 7.8 Netwerkorganisatie, publiekprivate samenwerking, industriële ecologie 7.9 Biografische fit, bronnen van macht, niveaus van persoonlijk leren 7.10 Optimaal conflictniveau, leercurve, proces-/resultaatgerichtheid 7.11 De klok, verloop van weerstand, twee veranderkrachten 7.12 Krachtenveldanalyse, megatrends, nationale culturen 7.13 Diagnosemodellen naar kleur 7.14 Tot slot van dit hoofdstuk

8 Voorbeelden van interventies 8.1 Personal commitment statement, outplacement, protégéconstructies 8.2 Management by Objectives (MBO), hygiënisch werken, werken met agenda 8.3 Loopbaanontwikkeling, werving/selectie, taakverrijking/taakverbreding 8.4 Coaching, intensieve clinic, feedbackgesprekken/spiegelen 8.5 T-group, persoonlijke groei/opstellingen, networking 8.6 Confrontatievergaderingen, derdepartijstrategie, topstructuur 8.7 Werken in projecten, archiveren, besluitvorming 8.8 Sociale activiteiten, teamrollen, management by speech 8.9 Teambuilding, gaming, intervisie 8.10 Zelfsturende teams, open-spacebijeenkomsten, appreciative inquiry 8.11 Verbeteren kwaliteit van de arbeid, strategische alliantievorming, CAO-onderhandelingen 8.12 Strategische analyse, business process redesign (BPR), doorlichting/auditing 8.13 Belonen in organisaties, mobiliteit en diversiteit, triple ladder 8.14 Open systems planning, parallelle leerstructuren, kwaliteitscirkels 8.15 Zoekconferenties, rituelen en mystiek, heilige huisjes afbreken 8.16 Tot slot van dit hoofdstuk

9 Veranderaars veranderen 9.1 Rollen en stijlen 9.2 Competenties 9.3 De professionele loopbaan 9.4 Werken, reflecteren en leren 9.4.1 Van observeren tot waarnemen 9.4.2 Van conceptualiseren tot betekenis geven 9.4.3 Van experimenteren tot committeren 9.4.4 Van ervaren tot (niet) handelen 9.5 Trends

10 Kleurendenken voor gevorderden 10.1 Het kleurendenken als metatheorie 10.1.1 Incommensurabiliteit: kleuren in competitie 10.1.2 Tussen situationeel denken en continue dialoog 10.2 Vier toepassingen van de kleurentheorie 10.2.1 Kijken naar organisaties 10.2.2 Aanpakken van verandering 10.2.3 Opereren als veranderaar 10.2.4 Veranderen is communiceren 10.3 Blikverruiming en misverstanden 10.3.1 Verbindingen met andere disciplines 10.3.2 Misverstanden over de kleuren

11 Epiloog

Toegift 1. Vijf woordenboekjes voor vijf veranderkleuren

Toegift 2. De Kleurentest voor veranderaars

Toegift 3. Enkele kernachtige verschillen tussen steeds twee kleuren

Toegift 4. Reacties op dit boek