Beste klanten, wij zijn op vakantie tot eind september, dat wil zeggen dat de bestellingen pas worden uitgeleverd vanaf eind september.

Klassiekers van de kinder- en jeugd-psychotherapie ; Werken met kind en gezin

F Verheij - C Oele (Redà

overzicht

Kinderen en jeugdigen die somber of angstig zijn, woedeaanvallen hebben of anders zijn, zijn van alle tijden. Steeds ook waren er mensen die zich het lot van deze kinderen aantrokken, die trachtten hulp te bieden. Al vanaf de middeleeuwen werd nagedacht over een methodische vorm van hulp bij ‘probleemkinderen’.
 9789023245407 /  Van Gorcum /  2010 /  1ste editie /  782p. /  pb / 

Klassiekers van de kinder- en jeugd-psychotherapie ; Werken met kind en gezin

Dubbelklik op de afbeelding voor groot formaat

Uitzoomen
Inzoomen

Meer afbeeldingen

Details

Kinderen en jeugdigen die somber of angstig zijn, woedeaanvallen hebben of anders zijn, zijn van alle tijden. Steeds ook waren er mensen die zich het lot van deze kinderen aantrokken, die trachtten hulp te bieden. Al vanaf de middeleeuwen werd nagedacht over een methodische vorm van hulp bij ‘probleemkinderen’.

Sinds de eerste daadwerkelijke publicaties over de behandeling van kinderen en jongeren zijn inmiddels honderd jaar verstreken. Een eeuw publicaties over psychotherapie in het algemeen, en kinder- en jeugdpsychotherapie in het bijzonder, heeft vele mooie artikelen en boeken opgeleverd.

Veel van de oudere werken zijn moeilijk toegankelijk, waardoor de meeste kinder- en jeugdpsychotherapeuten (in opleiding) niet direct kennis kunnen nemen van deze artikelen. Deze lacune heeft – in navolging van de Klassiekers van de kinder- en jeugdpsychiatrie deel I en deel II (Verheij, Treffers, 2004, 2008) – geleid tot een deel III: Klassiekers van de kinder- en jeugdpsychotherapie.

 In dit boek zijn op basis van de vier meest invloedrijke referentiekaders (het psychoanalytische, het cliëntgerichte, het behavioristische en het systeemtheoretische kader) en bepaalde tijdsperioden hoofdstukken en artikelen gebundeld die voor de ontwikkeling van het vakgebied een bijzondere betekenis hebben gehad. In korte introducties wordt de geschiedenis beschreven en wordt besproken welke ‘oude’ denkbeelden, inzichten en interventies nog zijn terug te vinden en wat hun invloed is op de dagelijkse praktijk.

Over de auteurs :

F. Verheij is als hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie/hoofd patiëntenzorg verbonden aan het Erasmus MC-Sophia te Rotterdam en hij is hoofdopleider kinder- en jeugdpsychotherapie bij de RINO-groep in Rotterdam, Leiden en Utrecht.

 C. Oele is klinisch psycholoog-psychotherapeut en als behandelaar en P-opleider werkzaam bij RMPI-De Grote Rivieren, locatie De Kreek (Dordrecht); zij is tevens hoofddocent binnen de kinder- en jeugdpsychotherapie- opleiding van de RINO-groep in Rotterdam, Leiden en Utrecht.

Inhoudstafel :

Klassiekers van de kinder- en jeugdpsychotherapie

Voorlopers
Introductie: C. Oele, F. Verheij

1 Hellinckx, W. (2002). Een vergeten casus uit de voorgeschiedenis van de kinder­psychotherapie: de behandeling van de kleine Alexander door De Puységur. Kinder- & Jeugdpsychotherapie, 29, 25-45.

Het psychoanalytisch denken
Introductie: M.J. Vermeulen

De eerste mediator en kleine Hans
2 Freud, S. (1977). Analysis of a phobia in a five-year-old boy. In Case histories I: ‘Dora’ and ‘Little Hans’. Harmondsworth: Penguin Books (oorspronkelijk gepubliceerd in 1909, pp. 167-184).

De dames van het eerste en tweede uur
3 Hug-Hellmuth, H. von (1921). On the technique of child analysis. International Journal of Psychoanalysis, 2, 287-305.
4 Freud, A. (1945). Indications for child analysis. The Psychoanalytic Study of the Child, 1, 127-149.
5 Klein, M. (1955). The psycho-analytic play technique: its history and significance. In M. Klein, P. Heimann & R.E. Money-Kyrle (Eds.), New directions in psychoanalysis; The significance of infant conflict in the pattern of adult behaviour (pp. 3-22). London: Tavistock Publications.

Het behavioristisch denken
Introductie: P.R. van Dishoeck

Angst, kleine Albert en Peter
6 Watson, J.B., & Rayner, R. (1920). Conditioned emotional reactions. Journal of Experimental Psychology, 3, 1-14.
7 Jones, M.C. (1924). The elimination of children’s fears. Journal of Experimental Psychology, 7 (5), 382-390.
8 Jones, M.C. (1924). A laboratory study of fear: The case of Peter. Pedagogical Seminary, 31, 308-315.
9 Lazarus, A.A., & Abramovitz, A. (1962). The use of “emotive imagery” in the treatment of children’s phobias. Journal of Mental Science, 108, 191-195.

Het client-centered denken
Introductie: Th.M. Lenz

Congruentie en onvoorwaardelijk positieve blik
10 Axline, V.M. (1947). Play therapy; A method of helping problem children help themselves. In V.M. Axline, Play Therapy (pp. 9-50). New York: Ballantine Books.
11 Axline, V.M. (1947). The eight basic principles. In V.M. Axline, Play Therapy (pp. 73-75). New York: Ballantine Books.
12 Dorfman, E. (1951). Play therapy. In C.R. Rogers, Client-centered therapy; its current practice, implications, and theory (pp. 235-277). Boston/New York: Houghton M­ifflin.
13 Moustakas, C.E. (1973). De belangrijkste voorwaarden tot kindertherapie. In C.E. Moustakas, Speltherapie voor het gefrustreerde kind, het gestoorde kind, de gehandicapte (pp. 12-33). Rotterdam, Lemniscaat (oorspronkelijke uitgave “Psychotherapy with children”, 1959, New York: Harper & Row).
14 Hommes, J.P. (1983). Rogeriaanse kinderpsychotherapie en de positie van het gevoel. In C.A.M. de Wit (Red.), Psychotherapie met kinderen en jeugdigen (pp. 153-164). Leuven/Amersfoort: Acco.

Het groepsdynamisch denken
Introductie: C. Oele

De pioniers
15 Moreno, J.L. (1937). Inter-personal therapy and the psychopathology of inter-personal relations. Sociometry, 1, 9-76.
16 Slavson, S.R. (1945). Group therapy with children. In N.D.C. Lewis & B.L. Pacella (Eds.), Modern trends in child psychiatry (pp. 291-305). New York: International Universities Press.
17 Slavson, S.R. (1945). Treatment of withdrawal through group therapy. American Journal of Orthopsychiatry, 15 (4), 681-689.

Het systeemdenken
Introductie: F. Verheij

Blik op communicatie en op interacties
18 Ackerman, N.W. (1938). The unity of the family. Archives of Pediatrics, 55, 51-62.
19 Bateson, G., Jackson, D.D., Haley, J., & Weakland, J. (1956). Toward a theory of schizophrenia. Behavioral Science, 1, 251-264.
20 Watzlawick, P., Beavin, J.H., & Jackson, D.D. (1972). Enkele voorlopige axioma’s. In P. Watzlawick, J.H. Beavin & D.D. Jackson, De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie (pp. 42-62). Deventer: Van Loghum Slaterus (oorspronkelijk verschenen in “Human communication: Forms, disturbances, paradoxes”, 1969, Oxford: Hans Huber Publishers).
21 Minuchin, S. (1974). Structural family therapy, H 11. In G. Caplan (Ed.), American handbook of psychiatry, Volume 2: Child and adolescent psychiatry, sociocultural and community psychiatry (pp. 178-192). New York: Basic Books.
22 Ford, F.R., & Herrick, J. (1974). Family rules: family life styles. American Journal of Orthopsychiatry, 44 (1), 61-69.
23 Cecchin, G. (1987). Hypothesizing, circularity, and neutrality revisited: An invitation to curiosity. Family Process, 26, 405-413.

Het behavioristisch denken; vervolg
Introductie: C. Oele

Van gedragstherapie naar directieve therapie en cognitieve gedragstherapie
24 Mowrer, O.H., & Mowrer, W.M. (1938). Enuresis – A method for its study and treatment. American Journal of Orthopsychiatry, 8, 436-459.
25 Erickson, M.H. (1971). Indirect hypnotic therapy of a bedwetting couple. In J. Haley (Ed.), Changing families; a family therapy reader (pp. 65-68). Orlando/New York: Grune & Stratton (oorspronkelijk verschenen in 1954 in The Journal of Clinical and Experimental Hypnosis, 2, 171-174).
26 Meichenbaum, D.H., & Goodman, J. (1971). Training impulsive children to talk to themselves: A means of developing self-control. Journal of Abnormal Psychology, 77, 2, 115-126.
27 Ellis, A. (1977). The basic clinical theory of rational-emotive therapy. In A. Ellis & R. Grieger (Eds.), Handbook of rational-emotive therapy (pp. 3-34). New York: Springer Publishing Company.
28 Meador, A.E., & Ollendick, Th.H. (1984). Cognitive behaviour therapy with children: An evaluation of its efficacy and clinical utility. Child & Family Behavior T­herapy, 6 (3), 25-44.

Het systeemdenken; vervolg
Introductie: F. Verheij

Rollen en posities
29 Vogel, E.F., & Bell, N.W. (1968). The emotionally disturbed child as a family scapegoat. In G. Handel (Ed.), The psychosocial interior of the family (pp 424-442). London: George Allen and Unwin (oorspronkelijk verschenen in 1960 in Norman W. Bell & Ezra F. Vogel (Eds.), A modern introduction to the family (pp. 382-397). Glencoe, Il: The Free Press).
30 Zuk, G.H. (1966). The go-between process in family therapy. Family Process, 5 (2), 162-178. 479
31 Haley, J. (1967). Toward a theory of pathological systems. In G.H. Zuk & I. B­oszormenyi-Nagy (Eds.), Family therapy and disturbed families (pp. 11-27). Palo Alto, CA: Science and Behavior Books.
32 Pas, A. van der, & Ruiter, E. de (1973). Parentificatie: wie brengt wie groot? In A. van der Pas (Red.), Gezinsfenomenen (pp. 29-38). Alphen aan den Rijn: Samsom.
33 Willi, J. (1983). Functieprincipes van paarrelaties. In J. Willi, De partnerrelatie; ontstaan, ontwarren en verhelderen van conflicten. Analyse van het onbewuste samenspel in partnerkeuze en het (echt)paarconflict (pp. 16-29). Rotterdam: Ad. Donker (oorspronkelijke uitgave 1973).
34 Bank, S., & Kahn, M.D. (1975). Sisterhood-brotherhood is powerful: Sibling sub-systems and family therapy. Family Process, 14 (3), 311-337.
35 Framo, J.L. (1976). Family of origin as a therapeutic resource for adults in marital and family therapy: you can and should go home again. Family Process, 15 (2), 193-210.
36 Hendrickx, J., & Brand, D. (1983). Gezinsoriëntatie bij de residentiële behandeling van een kind. Tijdschrift voor Psychotherapie, 9, 191-200.

Het client-centered denken; vervolg
Introductie: Th.M. Lenz

Beeldcommunicatie en experiëntiële psychotherapie
37 Vermeer, E.A.A. (1955). IC: Het spel in de ontwikkelingspsychologie en ID: Het spel als existentiële relatie. In Spel en spelpaedagogische problemen (pp. 11-32). Dissertatie. Utrecht: Erven J. Bijleveld.
38 Zeyde, N.F. van der (1962). De functie van het spelen bij enkele oudere schrijvers. Verhoudingen tussen spelen en spreken en Spelen als kern van het gebeuren. Werkelijkheid en illusie in een identiteitsverhouding (H 6, §1 en §2). In N.F. van der Zeyde, Opvoedingsnood in pedagogische spelbehandeling; theoretische achtergronden en methode (pp. 141-152). Dissertatie. Utrecht: Erven J. Bijleveld.
39 Gendlin, E.T. (1974). Client-centered and experiential psychotherapy. In D.A. W­exler & L. North Rice (Eds.), Innovations in client-centered therapy (pp. 211-246). New York/London: John Wiley & Sons.
40 Hellendoorn, J. (1985). De beeldcommunicatie en de experiëntiële psychotherapie. Kinder- & Jeugdpsychotherapie, 12 (2), 12-24.

Het psychodynamisch denken; vervolg
Introductie: M. Güldner

Zonder veel woorden
41 Winnicott, D.W. (1953). Transitional objects and transitional phenomena; A study of the first not-me possession. The International Journal of Psycho-analysis, 34, 89-97.
42 Nagera, H. (1970). Children’s reactions to the death of important objects; A developmental approach. The Psychoanalytic Study of the Child, 25, 360-400.
43 Dale, P., Waters, J., Davies, M., Roberts, W., & Morrison, T. (1986). The Towers of Silence: creative and destructive issues for therapeutic teams dealing with sexual abuse. Journal of Family Therapy, 8, 1-25.

Over de levenscyclus
44 Blos, P. (1967). The second individuation process of adolescence. The Psychoanalytic Study of the Child, 22, 162-186.

Op de grensvlakken
Introductie: C. Oele, F. Verheij

Multitheoretisch denken
45 Bowlby, J. (1975, oorspr. 1973). Two classical cases of childhood phobia: a reappraisal. In Attachment and Loss, volume II (pp. 325-333). Harmondsworth: Penguin Books.
46 Ferreira, A.J. (1963). Family myth and homeostatis. Archives of General Psychiatry, 9, 457-463.
47 Montalvo, B., & Haley, J. (1973). In defense of child therapy. Family Process, 12 (3), 227-244.
48 Stierlin, H. (1976). The dynamics of owning and disowning: Psychoanalytic and family perspectives. Family Process, 15, 277-288.

Curricula inleiders